Home
Home

Zoek een persoon
Personen

Zoek een schip
Schepen

Overzichten

Contact

Bronnen
Woordenboek
Woordenboek


Maten

Retour
Het schip
Aert van Nes (1840)
 
Meer informatie over dit schip
Volgens brief van kapt. Bodeman, voerende het schip Aerd van Nes, dd. Batavia, 2 October, had hij op 10° Zr. Br., 29° W. L., een driemast-logger gezien, welke hem door zijne zware bemanning, vreemde manoeuvre en koers als anderzints, zeer verdacht voorkwam; na de Aerd van Nes van alle kanten opgenomen te hebben, liep hij in den namiddag naar de Braziliaansche kust.
Algemeen Handelsblad, 20-01-1842

Op deszelfs reize van Batavia naar Amsterdam, overleed op den 5den April 1842, mijn geliefde echtgenoot, JAN HERMAN BODEMAN, gezagvoerder van het fregatschip Aerd van Nes, in den ouderdom van 35 jaren.
Amsterdam, den 10den Mei 1842 A. M. H. E. NUBOER, Wed. J. Herman Bodeman.
Opregte Haarlemsche Courant, 12-05-1842

Het schip Aert van Nes, kapt. J. Noback, v. Batavia in Texel binnen, is 2 Nov. door eene Engelsche bark aangezeild, waardoor de scheg ontzet, de kraanbalk en verhaalklamp alsook de buiten kluiverboom, kluiverboom, blinde raa, botteloef enz. met zijn toebehooren gebroken was.
Algemeen Handelsblad, 14-01-1848

Den 12den dezer heeft van de reede van Deal de reis voortgezet, na van ankers en kettingen voorzien te zijn geworden het schip Aert van Nes, kapt. Noback, van Amsterdam naar Batavia.
Opregte Haarlemsche Courant, 18-09-1848

Op den 25sten Dec, des namiddags ten 5 ure, is het Nederl. schip Aerd van Nes, gezagvoerder J. Noback, bij het inkomen van Straat Bali door stilte overvallen, op het rif van het Duifjes Eiland gedreven. Na vruchteloos te hebben beproefd, om het schip door het uitbrengen van trossen van het rif af te halen, werd in eenen scheepsraad besloten een gedeelte van de lading over boord te werpen. Ongeveer 1000 b. kotfij, 300 kann. suiker en 50 sch. tin werden uitgeworpen; waarop het schip den 27sten Dec. 's avonds vlot geraakte, en met behulp van uitgebragte trossen van het rif werd gehaald; waarna hetzelve terstond naar Surabaya is teruggekeerd.
Algemeen Handelsblad, 22-03-1851

Amsterdam, 17 April.
Het schip Aerd van Nes, kapt. Noback, van Passaroeang herwaarts gedestineerd, te Surabaya met schade binnengeloopen, zou, volgens brief van Batavia van den 24 Februarij, in het begin van Maart, na gedane reparatie, de reis weder voortzetten.
De Tijd, 18-04-1851

Batavia.
Er is hier een gerucht in omloop, dat het Nederlandsche schip Aert van Nes in de Torres Straat zoude zijn vergaan. Men wil, dat de equipage door een Engelsch vaartuig zoude gered en op Singapore aangebragt zijn.
Java-bode, 27-05-1854

Amsterdam, 28 augustus.
Aangaande het schip Aert van Nes, kapit. Carsjens, van Sydney naar Batavia, wordt in een brief van Batavia dd. 6 julij gemeld, dat het volgens verklaring der bemanning van een Engelsch schip in Torres Straat aan den grond zat, zonder dat het mogelijk was eenige hulp te verleenen. Van het lot der equipage was te Batavia nog niets bekend.
Rotterdamsche Courant, 30-08-1854

Kapt. Rogers, voerende het schip Constantine, van Madras (Nieuw Zeeland) te Londen aangekomen, rapporteert op het rif Great Warren, bij het eiland Raine Island, op strand gezien te hebben, een Nederl. schip, hetwelk hij onderstelde te zijn de Aerd van Nes, kapt. Carsjens, 1 April van Sydney naar Batavia vertrokken; twee andere schepen waren meer zuidwaarts op hetzelfde rif gestrand.
Algemeen Handelsblad, 21-07-1854

Ternate
Den 7den dezer [September] kwamen te Ternate aan de schipbreukelingen van het verongelukte Nederlandsche schip Aert van Nes, gevoerd geweest door kapitein Carsjens. In gezelschap van de Alcyone van Sydney vertrokken, leed de Aert van Nes, in den nacht van den 16den op den 17den April 1854, schipbreuk in de Torres Straat op het zoogenaamde Detached Rif.
Te vergeefs poogden zij in de sloepen de Alcyone te bereiken; Na vele wederwaardigheden kwamen zij, over Timor, Laut, Wonimi, Kolona, Tamboekoe, Bangaai en Soela, te Ternate aan, waar zij zoo veel mogelijk van het noodige werden voorzien.
Nieuwe Rotterdamsche Courant, 17-01-1855

Amsterdam, 16 Oct.
Volgens brief van kapit. T.M. Carsjens, gevoerd hebbende het schip Aerd van Nes, op de reis van Sydney naar Java, bij het eiland Raine Island verongelukt, was hij den 26 Mei met zijne geheele equipage behouden te Celebes aangekomen.
Groninger Courant, 20-10-1854

Omtrent de schipbreuk van de Aert van Nes acht ik het niet ondoelmatig het volgende onder uwe aandacht te brengen, misschien dat daarvan ten nutte onzer scheepvaart gebruik zal kunnen gemaakt worden. Wanneer schepen in de Torres Straat komen te verongelukken, hetgeen toch uitsluitend in de oost-mousson kan plaats hebben, daar zij in andere tijden des jaars dit vaarwater wel niet nemen zullen, wanneer, zeg ik, zij aldaar mogten blijven en de equipage heeft het geluk zich in sloepen te kunnen redden, dan zal men altijd wel doen door te trachten, de Aroe Eilanden te bereiken, en zoo veel mogelijk de kust van Nieuw Guinea oostelijker dan de 134ste lengtegraad te vermijden. Een maal op de Aroe-eilanden aangekomen, behoeven Hollandsche schipbreukelingen niets anders te doen, dan zich als zoodanig aan de inlandsche hoofden en bevolking te doen kennen, om zeker te zijn van een gul en gastvrij onthaal; waar zij ook op de Aroe Eilanden aanlanden, vragen zij slechts om gebragt te worden naar Dobo of naar de Christen-Negerij Djardjella, van waar zij al zeer ligt gelegenheid zullen vinden, om naar Makassar, Ambon of Banda Eilanden te worden overgebragt. Ook op de Keg-eilanden, Ceram en ten oosten daarvan gelegen eilanden, zal hun geen leed geschieden, en zullen zij zoo al geene gelegenheid om spoedig verder te komen, dan toch het noodige voedsel vinden. Over het geheel is de zuidelijke Moluksche Archipel niet onveilig, van zeeroovers hoort men zelden, de menschen, die de sloepen van de Aert van Nes beroofd hebben, waren geen eigenlijk gezegde zeeroovers, doch inwoners van een der Tenimber Eilanden, wier hebzucht, door den weerloozen toestand van de bemanning der sloepen, gelegenheid tot bevrediging vond. Ik houde mij overtuigd, dat wanneer die ongelukkigen kracht genoeg hadden bezeten om eene stoute houding aan te nemen, of eenvoudig hadden verklaard, dat zij waren "anakh compania" Hollanders of eigenlijk gezegd , "kinderen der compagnie ," en daarbij op ernstige wijs gevorderd hadden, bij de hoofden gebragt te worden, men hun geen leed zou gedaan,maar hun integendeel, zoo veel mogelijk zou geholpen hebben.
Algemeen Handelsblad, 09-03-1855