![]() Home |
![]() Personen |
![]() Schepen |
![]() Overzichten |
![]() Bronnen |
![]() Woordenboek |
![]() Maten |
| Het schip |
| Courier, de (1828) |
| Meer informatie over dit schip |
| Op heden de vier en twintigsten October des jaars een duizen acht honderd negen en veertig, heb ik Reitze Bloembergen Santee, Eerste Deurwaarder bij de Arrondissements-Regtbank te Leeuwarden, wonende aldaar in Letter G, N°. 7, ten verzoeke van Elisabeth Brouwer zonder beroep, Huisvrouw van na te noemen Gijsbert Koster, wonende te Harlingen, bij Vonnis van de Arrondissements-Regtbank te Leeuwarden van den tweeden October laatstleden, gemagtigd tot het doen der tegenwoordige Dagvaarding, mitsgaders om in dezen kosteloos te procederen, ten deze domicilie kiezende bij Mr. Solko Walle Tromp, Procureur, wonende te Leeuwarden, die als zoodanig ten deze voor haar zal occuperen, Voor de eerste maal Gedagvaard, Gijsbert Koster, van beroep Matroos, laatst gewoond hebbende te Harlingen, Om bij vooraf gestelden Procureur te Compareren op Dingsdag oen twaalfden Februarij 1800 vijftig, des voormiddags ten tien ure, ter teregtztting van de Arrondissements-Regtbank te Leeuwarden, zitting houdende in het Geregtsgebouw staande op den voormaligcn Wisjesdwinger te Leeuwarden; ten einde alsdan van zijn Aanwezen te doen blijken; zullende, indien alsdan noch de Gedaagde, noch iemand namens hem mogt opkomen die het bewijs daarvan inbrengt, door de Eischersche verlof worden gevraagd tot eene tweede openbare Dagvaarding; en zulks, ten einde vervolgens vergunning te erlangen tothet aangaan van een ander Huwelijk; aangezien de Gedaagde in de maand December van het jaar 1838, met het Kofscheepje De Courier, van de Heeren Harmens en Zonen, te Harlingen, van daar naar Newcastle in Engeland is vertrokken, en op den negen en twintigsten dierzelfde maand met hetzelve de terugreis naar Harlingen heeft aangenomen; aangezien er later echter nimmer eenig berigt van het Schip of zijne Bemanning is ingekomen, zoodat hetzelve vermoedelijk op de terugreis van Newcastle naar Harlingen totaal is verongelukt, en de Gedaagde met hetzelve omgekomen; aanpezien er thans meer dan tien volle jaren sedert het vertrek van den Gedaagde uit zijne woonplaats en sedert de laatste van hem ontvangene tijding zijn verloopen. En heb ik dit Exploit, hetwelk in de Nederlandsche Staats-Courant zal worden geplaatst, gedaan bij aanplakking aan de hoofddeur van gemeld Geregtsgebouw, en aan het Stadhuis te Harlingen, terwijl ik mede een Afschrift daarvan en van voormeld Vonnis heb overgegeven aan den Heer Officier bij gemelde Regtbank, die het origineel Exploit voor gezien heeft geteekend. Nederlandsche Staatscourant, 28-10-1849 |